De meeste vrouwen stappen ergens rond week 12 tot 16 over op zwangerschapskleding. Niet omdat de gewone broek niet meer dichtgaat, maar omdat de band begint te knellen — en dat is precies waar je op moet letten.
Waarom een knellende band meer doet dan ongemak
Druk op de bovenbuik kan bestaande klachten als brandend maagzuur verergeren, en strakke kleding rond de heupen wordt in verband gebracht met een tintelend of doof gevoel in het bovenbeen. Geen van beide is gevaarlijk, maar het is onnodig ongemak in een periode waarin je al genoeg te verduren hebt.
Twee soorten tailleband
- Over de buik. Een brede, zachte band die tot boven de buik komt. Geeft steun en blijft goed zitten, ook als je veel beweegt.
- Onder de buik. Een lagere band die onder de buik blijft. Prettig bij warm weer of als je een hoge band benauwd vindt.
Beide werken; het is vooral persoonlijke voorkeur, en die verandert vaak in de loop van de zwangerschap. Een band die je allebei kunt dragen is daarom praktisch.
Waar je verder op let
- Stretchdenim dat terugveert. Goedkope stretch zakt na een paar keer dragen uit bij de knieën.
- Je normale maat. Zwangerschapsbroeken zijn ontworpen om mee te groeien; een maat groter kopen werkt meestal averechts.
- Wasvoorschrift. Op 30 graden en niet in de droger blijft de band z'n spanning het langst houden.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen medisch advies. Houden klachten aan, overleg dan met je verloskundige of huisarts.